Verkeersongeval |

Als bij een verkeersongeval iemand wordt gedood of ernstig lichamelijk letsel wordt toegebracht, dan zal de politie meestal een strafrechtelijk onderzoek instellen naar de vraag of de aanrijding is veroorzaakt door de schuld van een van de betrokken verkeersdeelnemers. In zo’n geval zal proces-verbaal terzake artikel 6 WVW 1994 worden opgemaakt, dat naar de officier van justitie wordt gestuurd. Ook kan de politie in sommige gevallen overgaan tot invordering van het rijbewijs. De officier van justitie moet dan binnen tien dagen beslissen of het rijbewijs wordt terug gegeven of dat het langere tijd wordt ingehouden. Zie hierover verder bij Invordering rijbewijs.
De officier van justitie kan besluiten tot verdere strafrechtelijke vervolging. Dat kan betekenen dat degene die wordt verdacht van het plegen van het delict van artikel 6 WVW wordt gedagvaard teneinde terecht te staan tijdens een openbare zitting van de rechtbank. Dat is bijzonder ingrijpend, zowel voor de slachtoffers en nabestaanden van een dodelijk slachtoffer als voor de verdachte. Het betreft immers een beschuldiging van het plegen van een misdrijf met ernstige gevolgen. Of het tot een rechtszitting komt, zal vooral afhangen van de beoordeling van de officier van justitie of sprake is van schuld aan de aanrijding in de zin van artikel 6 WVW.
Het delict van artikel 6 WVW wordt in dagvaardingen veelal als volgt omschreven:
“dat verdachte zich zodanig roekeloos en/of zeer althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam en/of onoordeelkundig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor X werd gedood, althans zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan.”
De kern van het verwijt betreft roekeloos of in ieder geval aanmerkelijk onvoorzichtig rijgedrag waardoor de aanrijding is veroorzaakt met de dood of ernstig letsel tot gevolg. Of daarvan sprake is wordt beoordeeld aan de hand van het bewijsmateriaal in het strafdossier. Als daaruit kan worden afgeleid dat de verdachte een of meer ernstige verkeersovertredingen heeft begaan, kan op grond daarvan worden aangenomen dat sprake is van schuld mits aannemelijk is dat (mede) door die overtredingen de aanrijding is veroorzaakt. Het kan daarbij gaan om snelheidsovertredingen, overtreding van voorrangsregels, etc., maar ook om onzorgvuldig rijgedrag in het algemeen. Deze overtredingen zullen op hun beurt moeten worden bewezen, bijvoorbeeld door getuigenverklaringen of door technisch onderzoek aan de hand van sporen. De rechter is in principe vrij in zijn beoordeling van het beschikbare bewijsmateriaal. Zijn oordeel kan echter worden beïnvloed, bijvoorbeeld door te vragen om getuigen of deskundigen te mogen horen of nader onderzoek te laten verrichten. Dat moet dan wel tijdig en op de juiste wijze te gebeuren en het verdient dan ook aanbeveling, zeker gelet op de ernst van de beschuldiging en de hoogte van de straffen die kunnen worden opgelegd (zie hierna), om meteen na ontvangst van een dagvaarding terzake artikel 6 WVW een terzake kundig advocaat te benaderen. Zie hierover verder Advocaten.
Indien de rechter tot een veroordeling komt voor het delict van artikel 6WVW dan hangt het vooral van de mate van schuld en de ernst van het gevolg af welke strafmaxima hij moet hanteren. Als het een ongeval betreft waardoor iemand is gedood dan kan hij een maximale gevangenisstraf opleggen van drie jaar in geval van 'gewone schuld' en van zes jaar in geval van roekeloosheid, een geldboete van maximaal € 11.250,= en een ontzegging van de rijbevoegdheid van maximaal vijf jaar. Is lichamelijk letsel toegebracht dan zijn de maximale straffen als volgt: 1 jaar gevangenisstraf bij 'gewone schuld' en drie jaar bij roekeloosheid, € 4500,= boete en vijf jaar ontzegging van de rijbevoegdheid. De rechter kan echter hogere straffen opleggen als sprake is van strafverzwarende omstandigheden, zoals alcoholgebruik, het weigeren mee te werken aan een alcoholonderzoek, een ernstige snelheidsovertreding, bumperkleven, gevaarlijk inhalen of geen voorrang verlenen. Dan kan voor het veroorzaken van een dodelijke aanrijding zelfs een gevangenisstraf worden opgelegd van negen jaar!
Behalve de hiervoor genoemde straffen kan de rechter er ook voor kiezen een taakstraf op te leggen. Daarnaast kan de rechter bepalen dat de verdachte een schadevergoeding aan de benadeelde moet betalen indien die de rechter daarom verzoekt.
Let wel: de hiervoor genoemde straffen betreffen wettelijke maxima waaraan de rechter meestal niet zal toekomen. Bij het opleggen van een straf zal de rechter met allerlei factoren rekening houden, zoals de mate van schuld van de verdachte, of hij zelf ook letsel of andere schade heeft opgelopen, of de verdachte contact heeft gezocht met het slachtoffer of nabestaanden teneinde zijn medeleven te betuigen, of er een regeling is getroffen ter vergoeding van schade, of de verdachte zijn rijbewijs dringend nodig heeft voor zijn werk, de financiële draagkracht van de verdachte, etc.
Tegen de beslissing van de rechtbank kan hoger beroep worden ingesteld. Dat moet in beginsel gebeuren binnen 14 dagen na de uitspraak. Enkel indien de veroordeelde niet op de hoogte was van de zitting en de uitspraak van de rechtbank, dan kan in bepaalde gevallen op een later tijdstip hoger beroep worden ingesteld. In hoger beroep zal een volledig nieuwe behandeling van de zaak plaatsvinden door het gerechtshof. Tegen de uitspraak van het gerechtshof kan cassatieberoep worden ingesteld, hetgeen betekent dat de hoge raad de uitspraak van het gerechtshof juridisch zal toetsen. Zolang er nog een beroeps- of cassatieprocedure loopt, wordt een opgelegde straf opgeschort totdat definitief over de zaak is beslist.
Voor nadere informatie, of indien u juridische bijstand wilt van een ter zake deskundige advocaat, kunt contact opnemen via 036-5358080. Vraagt u dan naar mr. Emma Hoffman of mr. Christian Flokstra.


