Overige verkeersdelicten

Het verkeersstrafrecht kent een groot aantal delicten. De meest ernstige wordt apart besproken: het veroorzaken van een ernstige aanrijding. Hierna wordt ingegaan op enkele andere verkeersdelicten die geregeld voorkomen: rijden onder invloed, excessieve snelheidsovertredingen, doorrijden na een aanrijding en gevaarzetting.

Rijden onder invloed (artikel 8 WVW)

Artikel 8 WVW stelt strafbaar het besturen van een voertuig onder invloed van alcohol of andere stoffen waarvan het gebruik de rijvaardigheid zodanig kan verminderen dat men niet tot behoorlijk besturen in staat moet worden geacht. Voor alcohol noemt de bepaling een concreet gehalte waarboven van strafbaar gedrag sprake is: 220 ug/l. bij een ademonderzoek of in geval van een bloedproef: 0,5 o/oo.

Het alcoholgehalte wordt vastgesteld door middel van een alcoholonderzoek. Meestel betreft het een ademanalyse waarbij in een apparaat moet worden geblazen dat vervolgens het ademalcoholgehalte vaststelt. De verdachte van rijden onder invloed is wettelijk verplicht mee te werken aan dat onderzoek. Het weigeren van medewerking aan een alcoholonderzoek is strafbaar gesteld in artikel 163 WVW.

Het alcoholonderzoek is nauwkeurig geregeld in ondermeer het Besluit Alcoholonderzoeken. Dit besluit bevat een grote hoeveelheid gedetailleerde voorschriften waaraan moet worden voldaan bij een alcoholonderzoek. Zijn één of meerdere regels niet nageleefd, dan kan de rechter tot de conclusie komen dat geen sprake is van een rechtsgeldig onderzoek in de zin van artikel 8 WVW. In dat geval zal hij besluiten tot vrijspraak.

Na voltooiing van het onderzoek moet de politie de uitslag aan de verdachte mededelen. Indien die het niet eens is met de uitslag kan hij vragen om een tegenonderzoek. Dat wordt dan voor eigen rekening uitgevoerd. De politie is overigens niet verplicht de verdachte op die mogelijkheid te wijzen.

Als het resultaat van het alcoholonderzoek daartoe aanleiding geeft, kan de politie in bepaalde gevallen het rijbewijs invorderen. Dat zal in beginsel gebeuren als een alcoholgehalte vanaf 570 ug/l is geconstateerd. De politie moet het rijbewijs dan binnen 3 dagen aan de officier van justitie sturen, die op zijn beurt binnen 10 dagen moet beslissen of hij tot inhouding van het rijbewijs zal overgaan. Dat kan hij doen bij een geconstateerd alcoholgehalte vanaf 785 ug/l, of als is voldaan aan het zogenaamde recidivecriterium (herhaling binnen 5 jaar) bij een geconstateerd alcoholgehalte vanaf 575 ug/l. Tegen de inhouding van het rijbewijs kan een klaagschrift worden ingediend bij de rechtbank, met het verzoek de teruggave van het rijbewijs te gelasten. Zie hierover verder bij Invordering rijbewijs.

Ook kan de politie in bepaalde gevallen tot inbeslagneming van het voertuig van de verdachte bestuurder overgaan. Op grond van de richtlijnen van het openbaar ministerie zou dat kunnen indien bij een onderzoek als bedoeld in art. 8 WVW blijkt dat het ademalcoholgehalte hoger is dan 570 mg/l , of bij het weigeren van medewerking aan het alcoholonderzoek en tweemaal recidive binnen de vijf daaraan voorafgaande jaren.

Het openbaar ministerie hanteert strikte richtlijnen voor de strafrechtelijke vervolging van deze feiten. De richtlijnen zijn ondermeer gepubliceerd op de website van het openbaar ministerie, www.openbaarministerie.nl. Het is vooral afhankelijk van de hoogte van het alcoholgehalte welke straf zal worden opgelegd of geëist, maar ook andere factoren spelen een rol, zoals het antwoord op de vraag of de verdachte in de afgelopen 5 jaar al eens voor hetzelfde delict is vervolgd. In veel gevallen zal een boete worden opgelegd (variërend van een paar honderd euro tot €4500,=) maar vanaf een alcoholgehalte van 575 ug/l. zal het openbaar ministerie in beginsel de rechter vragen een rij-ontzegging op te leggen. Die kan variëren in lengte van 6 maanden tot 5 jaar voor heel ernstige gevallen, of zelfs 10 jaar in geval van recidive. De wet staat ook het opleggen van een gevangenisstraf van maximaal 3 maanden toe, maar dat komt in de praktijk niet vaak voor.

Indien geen alcoholgehalte is vastgesteld omdat de medewerking aan het alcoholonderzoek is geweigerd, dan gelden dezelfde strafmaxima als hiervoor genoemd. In dat geval zal de officier van justitie echter uitgaan van een hoog alcoholgehalte en zal hij een hoge straf eisen. Zodoende moet worden voorkomen dat iemand ten onrechte voordeel kan behalen door medewerking aan het alcoholonderzoek te weigeren.

Excessieve snelheidsovertredingen

Kleine snelheidsovertredingen worden administratief afgedaan in de vorm van een boete waarvoor men van het CJIB een acceptgiro ontvangt. Echter, bij snelheidsovertredingen van 30 km/u of hoger, is de recidiveregeling snelheidsovertredingen van toepassing. In dat geval wordt de overtreding geregistreerd en wordt er bij een volgende keer rekening mee gehouden. Ook wordt de overtreding dan strafrechtelijk afgedaan. Afhankelijk van de ernst van de overtreding en eventueel geregistreerde eerdere snelheidsovertredingen, zal een straf worden opgelegd variërend van een geldboete tot een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. www.verkeershandhaving.nl bevat een boetebase waar de hoogte van de te verwachten boete kan worden berekend.
Van belang is verder dat bij snelheidsovertredingen vanaf 50 km/u de politie het rijbewijs kan invorderen. De politie moet het rijbewijs dan binnen 3 dagen aan de officier van justitie sturen, die op zijn beurt binnen 10 dagen moet beslissen of hij tot inhouding van het rijbewijs zal overgaan. Dat kan hij doen bij een snelheidsovertreding vanaf 70 km/u , of als is voldaan aan het zogenaamde recidivecriterium reeds bij snelheidsovertredingen vanaf 50 km/u. Aan het recidivecriterium wordt geacht te zijn voldaan indien de bestuurder binnen een periode van één jaar na onherroepelijke afdoening van een vorige overtreding, de overtreding begaat waarvoor het rijbewijs is ingevorderd. Snelheidsoverschrijdingen tot 30 km/u wegen niet mee bij de recidivebeoordeling.
Tegen de inhouding van het rijbewijs kan een klaagschrift worden ingediend bij de rechtbank, met het verzoek de teruggave van het rijbewijs te gelasten. Zie hierover verder bij Invordering rijbewijs.
Tot slot is van belang dat de auto of motor waarmee de snelheidsovertreding is gepleegd, door de politie in beslag kan worden genomen, indien een overschrijding van de maximumsnelheid met meer dan 100% is geconstateerd en sprake is van concrete gevaarzetting. Ook hiertegen kan een klaagschrift worden ingediend bij de rechtbank, met het verzoek de auto of motor terug te geven.

Doorrijden na een ongeval

Artikel 7 WVW bevat een verbod op het doorrijden na een aan aanrijding . Als iemand betrokken is geweest bij een aanrijding waarbij een ander is gedood of waarbij schade of letsel is toegebracht, mag hij de plaats van het ongeval niet verlaten tot het moment dat hij behoorlijk gelegenheid heeft geboden tot vaststelling van zijn identiteit en die van zijn voertuig. Ook mag hij gewonden niet in hulpeloze toestand achterlaten. Een en ander geldt natuurlijk alleen indien diegene weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een nader is gedood of dat schade of letsel is toegebracht.

Afgezien van de situatie waarin een gewonde in hulpeloze toestand is achtergelaten kan strafvervolging worden voorkomen indien men zichzelf vrijwillig binnen 12 uren na het verkeersongeval bij de politie meldt.

Voor dit misdrijf kan een boete tot €4500,= worden opgelegd en gevangenisstraf tot 3 maanden, alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid van maximaal 5 jaar (bij recidive 10 jaar).

Gevaar op de weg veroorzaken

Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.

Aldus luidt artikel 5 WVW dat, kort gezegd, gevaarzetting in het verkeer strafbaar stelt. Het artikel wordt vaak gebruikt indien verkeersgedrag niet valt onder een meer specifieke strafbepaling maar volgens het openbaar ministerie wel sprake is van een strafrechtelijke relevant verwijt. In dat geval zal wel moeten blijken dat daadwerkelijk sprake was van een enigszins concrete kans op gevaar of hinder. Een zekere mate van gevaar of hinder is in het verkeer immers niet te vermijden.

Schending van artikel 5 WVW is een overtreding waarop maximaal een boete staat van € 2250,= en hechtenis van hoogstens 2 maanden, alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid van maximaal 2 jaar (bij recidive 4 jaar).

Voor nadere informatie, of indien u juridische bijstand wilt van een ter zake deskundige advocaat, kunt contact opnemen via 036-5358080. Vraagt u dan naar mr. Emma Hoffman of mr. Noor Luns.