Invordering rijbewijs

De wegenverkeerswet (WVW) biedt de politie de mogelijkheid om in bepaalde gevallen het rijbewijs in te vorderen van bestuurders van motorrijtuigen. Men spreekt in dit verband ook wel van een inbeslaggenomen rijbewijs maar dat is juridisch niet juist. De politie kan een rijbewijs invorderen indien de veiligheid op de weg ernstig in gevaar is gebracht. Dat wordt in beginsel aangenomen als bij de bestuurder een alcoholgehalte is geconstateerd van meer dan 570 ug/l (bij beginnende bestuurders 350 ug/l), het weigeren van medewerking aan een alcoholonderzoek en bij snelheidsovertredingen van meer dan 50 km/uur. Maar ook in andere gevallen kan de politie tot invordering overgaan als sprake is van een overtreding waardoor de veiligheid op de weg ernstig in gevaar is gebracht. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij rijden onder invloed van andere stoffen die de rijvaardigheid kunnen verminderen, zoals medicijnen of drugs. Of indien sprake is van een verkeersongeval waarbij aanwijzingen bestaan dat een bestuurder grote fouten heeft gemaakt.

Is het rijbewijs ingevorderd dan moet de politie het binnen 3 dagen naar de officier van justitie sturen. Die moet vervolgens binnen 10 dagen na de invordering beslissen of het rijbewijs voor langere tijd wordt ingehouden. Zo niet, dan moet het rijbewijs worden teruggegeven.

De officier van justitie kan tot inhouding van een ingevorderd rijbewijs besluiten als sprake is van een alcoholgehalte van meer dan 785 ug/l (bij beginnende bestuurders (570 ug/l) of bij snelheidsovertredingen vanaf 70 km/u. Daarnaast is inhouding mogelijk indien sprake is van herhaling van bepaalde overtredingen binnen een termijn van 5 jaar (het zogenaamde recidivecriterium). De verdenking dient in dat geval betrekking te hebben op rijden onder invloed (bij een alcoholgehalte vanaf 350 respectievelijk 570 ug/l), snelheidsovertredingen van 50-70 km/u of herhaling van een overtreding waardoor de veiligheid op de weg ernstig in gevaar is gebracht.

Als de officier van justitie besluit tot inhouding van het rijbewijs, dan kan dat voor langere tijd. Hoe lang precies zal vooral afhangen van de naar verwachting door de rechter op te leggen ontzegging van de rijbevoegdheid. De invordering en inhouding van het rijbewijs zijn immers slechts voorlopige maatregelen die worden genomen in afwachting van de uiteindelijke afhandeling van de zaak, in zo’n geval meestal door de rechter. Die zal dus uiteindelijk beslissen of een strafbaar feit kan worden bewezen, en zo ja, wat voor straf moet worden opgelegd. Als de rechter een ontzegging van de rijbevoegdheid oplegt, wordt de tijd die het rijbewijs is ingevorderd en ingehouden van de duur van de ontzegging afgetrokken. Dat betekent dus omgekeerd dat het rijbewijs niet langer mag worden ingehouden dan de duur van de door de rechter op te leggen ontzegging van de rijbevoegdheid.

In ieder geval zal officier van justitie, als hij besluit tot inhouding van het rijbewijs, de zaak binnen 6 maanden aan de rechter moeten voorleggen. Doet hij dat niet binnen die termijn, dan moet het rijbewijs worden teruggegeven.

Degene van wie het rijbewijs is ingevorderd of ingehouden, kan daartegen een klaagschrift indienen bij de rechtbank. In het klaagschrift kan de rechter worden verzocht te bevelen dat het rijbewijs wordt teruggegeven. Daartoe kan de rechtsgeldigheid van de invordering of inhouding worden aangevochten, maar ook kan er op worden gewezen dat door de invordering of inhouding onevenredig grote schade wordt toegebracht aan de belangen van de klager, bijvoorbeeld omdat hij zijn baan niet kan uitoefenen zonder rijbewijs. Of de rechter op grond hiervan zal beslissen tot teruggave van het rijbewijs zal mede afhangen van de vraag of de klager eerder voor dergelijke overtredingen is bestraft.

Voor nadere informatie, of indien u juridische bijstand wilt van een ter zake deskundige advocaat, kunt contact opnemen via 036-5358080. Vraagt u dan naar mr. Emma Hoffman of mr. Christian Flokstra.